Aanmelden

Druk hier om direct aan te melden

SNEL-test

vul de vragen in en kijk of logopedie gewenst is.

Praktisch

Praktische informatie

Boektip!

Jij bent belangrijk! Methode voor ouders om de taalontwikkeling spelenderwijs te stimuleren.

Wist u dat?

wij heel blij zijn met onze nieuwe collega Linda!

stotteren

Stotteren

Met welke problemen komen stotterende kinderen (en hun ouders), tieners en volwassenen in de praktijk?

o    ‘Mijn kind stottert sinds kort, moet ik daar iets aan doen? ‘
o    ‘Is mijn kind te jong om iets aan zijn stotteren te doen?’
o    ‘Ik ben bang dat mijn kind straks op school geplaagd zal worden          met zijn stotteren’
o    ‘Ik durf niet hardop te lezen in de klas’
o    ‘Andere kinderen maken opmerkingen over mijn stotteren en dat          vind ik erg’
o    ‘Als ik stotter voel ik dat ik er niet bij hoor’
o    ‘Ze zeggen er niks van, maar ze denken vast…’
o    ‘Kan ik die opleiding wel gaan doen, als dat gestotter zo blijft?’
o    ‘Ik ga solliciteren, maar welke werkgever wil er nou iemand die            stottert?’
o    ‘Mijn baas vindt dat ik iets aan het stotteren moet doen’

Voor welke resultaten willen wij gaan?

Laten we open en eerlijk zijn: stotteren kan met begeleiding verdwijnen of verminderen. Maar ‘volledig vloeiend spreken’ is niet voor iedereen weggelegd. Het is belangrijk om samen met in te schatten of vloeiend spreken reel is en om de juiste keuze voor begeleiding te maken.

Daarom vinden wij de volgende resultaten voor stotterende mensen (kinderen, tieners en volwassenen) reel:

Vloeiend spreken als dat kan

Vrijheid voelen om te zeggen wat je wilt, stotters of niet. Dus: praten zonder stress!

Wat is stotteren?

Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakbeweging niet vloeiend verloopt. Klanken of lettergrepen worden herhaald of verlengd. Soms worden ze er met veel spanning uit geperst. Daarnaast kunnen zich begeleidende symptomen voordoen. Voorbeelden zijn: meebewegingen in het gezicht en van lichaamsdelen, verstoring van de adem, transpireren en spanning. Naast deze zichtbare en hoorbare symptomen zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken omzeilen, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van. Stotteren kan de communicatie ernstig verstoren.

Over de oorzaak van stotteren zijn in de loop der tijd verschillende theorieën beschreven. Vroeger dacht men dat stotteren vooral aangeleerd gedrag was. Tegenwoordig wordt stotteren gezien als een aanleg tot ontregeling van de spraakmotorische processen. Dit zijn ademhaling, stemgeving en articulatie. Emoties en gedachten rond het spreken, alsook omgevingsfactoren zijn hierop van invloed.

Stotteren begint meestal bij kinderen tussen de twee en zeven jaar, maar het kan zich ook op latere leeftijd, bijvoorbeeld tijdens de puberteit, ontwikkelen.
Bij een grote groep kinderen gaat stotteren vanzelf over en is behandeling niet noodzakelijk. De logopedist zal wel de cliënt monitoren. Bij sommige kinderen is behandeling door een gespecialiseerd logopedist of stottertherapeut nodig. Het is dan belangrijk om snel met therapie te beginnen. Dit verhoogt de kans op herstel.

Wat doet de logopedist?

Pamela van Schijndel heeft in Canada de opleiding stotteren van Dr. Boberg gevolgd. Daarnaast werkt ze via de richtlijn stotteren.

De logopedist zal een onderzoek doen naar het stotteren. Zijn er problemen op het gebied van de spraakmotoriek, zijn er emotionele factoren, omgevingsfactoren of combinaties daarvan? Nagegaan wordt hoe het stotteren zich heeft ontwikkeld en in welke fase het stotteren is. De logopedist kan vragen om de ScreeningsLijst Stotteren in te vullen.

Bij het opstellen van het behandelprogramma zal rekening gehouden worden met de fase waarin het stotteren zich ontwikkeld heeft.
Bij kinderen worden de ouders/verzorgers en vaak ook het gezin bij de behandeling betrokken. Soms bestaat de begeleiding uit indirecte therapie, waarbij de omgeving van het kind voorlichting en adviezen krijgt. Het kind kan ook zelf direct behandeld worden, maar niet zonder medewerking van zijn omgeving.

Bij ouderen bij wie het stotteren zich al verder ontwikkeld heeft richt de behandeling zich op de factoren die van invloed zijn op het totale stotterprobleem: emoties, gedachten en omgeving. Wanneer deze niet zoveel invloed hebben op het stotterprobleem, wordt het accent van de behandeling meer verschoven naar vloeiendheidstraining. Hierbij kan gedacht worden aan vertraging van het spreektempo, het aanleren van spraaktechnische vaardigheden, waarbij gebruik gemaakt wordt van ademoefeningen en ontspanningsoefeningen.

Ontwikkelingsstotteren

Spreken is een ingewikkeld proces. Gedachten, ideeën en gevoelens moeten worden omgezet in woorden en zinnen, die vervolgens ook nog moeten worden uitgesproken. Dit uitspreken vraagt een goede samenwerking van alle spieren nodig bij deze spraakbewegingen. Vaak hoor je een kind een woord of een zinsdeel een aantal keer herhalen. Deze onvloeiendheiden zijn onderdeel van de spraak- en taalontwikkeling en verdwijnen doorgaans vanzelf, naarmate de spraak-taalontwikkeling vordert.

Bij sommige kinderen hoor je tijdens het spreken ook andere onvloeiendheden. Zij herhalen een woord aan het begin van een zin meer dan 3 keer, herhalen de eerste klank van een woord of duwen de klank eruit. Ouders voelen vaak direct aan dat deze onvloeiendheden niet onschuldig zijn en maken zich hierover terecht zorgen.

Sommige kinderen zijn gevoelig voor beginnend stotteren.

In de ontwikkeling van kinderen is altijd sprake van een evenwicht tussen wat het kind al kan en wat het kind wil (‘mogelijkheden’ versus ‘verwachtingen’). Wanneer dit evenwicht uit balans is, zal het ‘stottergevoelige kind’ abnormale onvloeiendheden laten horen. Deze disbalans kan ontstaan door voor de volwassene vaak onschuldige zaken, zoals bijvoorbeeld in hetzelfde tempo willen meepraten met de oudere broers en zussen, de spanning rondom de eerste zwemlessen of de komst van Sinterklaas.

Bezorgdheid, adviezen en irritatie vanuit de omgeving op het spreken van het kind kunnen het kind het gevoel geven dat het iets fout doet. Dit verhoogt de spanning en hiermee de kans op stotteren.

Wisselend verloop

Periodes van stotteren en vloeiend spreken wisselen zich in de beginfase van stotteren bij jonge kinderen vaak af. Hierin schuilt het gevaar dat het stotteren al enige tijd bestaat, alvorens de ouders advies vragen aan een logopedist-stottertherapeut.

Het is belangrijk dat uw onvloeiend sprekende kleuter niet het gevoel krijgt dat stotteren iets is, dat niet mag! Het is belangrijk dat u luistert naar WAT uw kind vertelt en niet naar HOE het vertelt. Met uw goed bedoelde adviezen als ‘praat eens rustig of haal eerst eens adem’ kan uw kind niets. Uw kind zal deze adviezen op den duur opvatten als correcties en zal proberen om niet te stotteren. Uw kind gaat zich tijdens het spreken nog meer inspannen, gaat meer kracht zetten en bijvoorbeeld het woord eruit duwen. Het stotteren wordt meer gespannen. Er ontstaan blokkades en meebewegingen. Het komt ook voor dat jonge kinderen spreken gaan vermijden, minder gaan spreken. Wanneer opvalt dat uw kind stiller wordt, spreken ontwijkt of op een gespannen manier stottert, is het raadzaam contact met ons op te nemen.

Ongerust

Wanneer u ongerust bent over het spreken van uw kind, kunt u een vragenlijst invullen op de site www.stotteren.nl (ScreeningsLijst voor Stotteren - SLS). Deze lijst kunt u anoniem invullen en geeft middels een puntenscore direct aan of het raadzaam is om met uw kind een afspraak bij ons te maken. Uiteraard kunt u ook altijd uw vraag aan ons stellen per telefoon of e-mail.

Ontwerp en techniek © 2011-2018 Montay Media